HET DOEL VAN ONZE NATIONALE OVERHEID: NEDERLAND VOLLEDIG CIRCULAIR IN 2050.

De vraag naar grondstoffen voor bijvoorbeeld eten, elektrische apparaten en kleding neemt wereldwijd sterk toe. Om aan de vraag te kunnen blijven voldoen we zuiniger en slimmer met grondstoffen omgaan.

Lineaire economie

Bijna het gehele economische proces is momenteel 'lineair' georganiseerd, gebaseerd op 'take-make-waste' principes. Grondstoffen worden gedolven, verwerkt tot eindproducten, verkocht, gebruikt en weer weggegooid. Minder dan negen procent van alle gebruikte materialen wordt hergebruikt. Kortom: meer dan 90 procent van de economie functioneert op lineaire basis. Toen natuurlijke hulpbronnen in overvloed beschikbaar waren en milieuvervuiling alleen op de achtergrond speelde, was deze wijze van produceren en consumeren voor bijna niemand een probleem.

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Circulaire economie

Inmiddels zien we in dat dit lineaire systeem niet langer houdbaar is. Grondstoffen zijn schaars geworden, de aarde dreigt door opwarming onleefbaar te worden en het verwerken van afval wordt steeds meer een uitdaging. Daarom moeten we van een lineaire economie, gebaseerd op verbruik, naar een circulaire economie, gebaseerd op het hergebruik van grondstoffen, materialen en producten. Reparatie, revisie, revisie en recycling zijn manieren om hier invulling aan te geven. Circulair ondernemen biedt kansen. Het betekent een nieuwe manier van werken, waarbij de nadruk ligt op het sluiten van kringlopen en het voorkomen van afval en verspilling. In de circulaire economie kijk je naar de hele levensduur van een product. Niet alleen: wat doe je als het product af verso is, maar ook: hoe kun je iets op zo ' n manier ontwerpen dat de grondstoffen steeds opnieuw, zonder verlies van kwaliteit, ingezet kunnen worden. Daarnaast denken circulaire ondernemers na over hoe zij grondstoffen na gebruik door anderen weer terugkrijgen. Hier horen nieuwe business- en verdienmodellen en andere vormen van ketensamenwerking bij.

De circulaire transitie stokt

We gaan de doelstelling van 2050 niet halen.

Een boute uitspraak, maar deze berust op meer dan alleen een gevoel. Wij zien circulaire project ideeën die op dit moment stranden.

Enkele voorbeelden:

Van virgin plastic naar plastic recyclebaar

Als consumenten en bedrijven verzamelen en scheiden wij het plastic in de veronderstelling dat het vervolgens wordt gerecycled. De werkelijkheid is echter stukken weerbarstiger. Bedrijven die geïnvesteerd zijn in innovatieve productieprocessen blijven zitten met het recyclebaar omdat dit duurder is dan 'virgin' materiaal. Zie ook mijn blog van wat gaan we doen met niet-recyclebaar plastic?

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Van slopen naar 'circulair bouwen'

Een sprekend voorbeeld zien we in de bouw. Is een gebouw voor verso, dan wordt het in een lineaire economie met de sloopkogel gedegradeerd tot puin. In een circulaire economie worden materialen zoals beton en hout en losse onderdelen zoals kozijnen, hergebruikt. Slooppanden worden 'geoogst'. Een voorbeeld van een oogstbedrijf is Lagemaat. Deze onderneming gebruikt de stad als 'bron' en maakt grondstoffen en materialen uit donorgebouwen geschikt voor hergebruik.

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Wat gaat er mis?

Nederland heeft voor 2030 als doel om 50 procent minder grondstoffen te verbruiken en de uitstoot van CO₂ te halveren. Die termijn mag ruim lijken, de weg er naartoe is intensief. Daarom is het voor ondernemers van belang dat er zo snel mogelijk heldere randvoorwaarden worden die het gemakkelijker maken om voor circulaire producten en diensten te kiezen. Op dit moment is dat nog nauwelijks het geval. Sterker nog, fabrikanten hebben juist belang bij om hun producten zo te ontwerpen dat ze relatief snel slijten ('veroudering'). Dit houdt de cyclus van hoge consumptie en massale productie in stand.

In de praktijk blijkt dat het belastingstelsel een barrière vormt voor circulaire innovatie, omdat het huidige stelsel namelijk niet-duurzaam ondernemen beloont. Bovendien wordt de sociale en ecologische schade die veroorzaakt niet of nauwelijks gemeten en daarom vaak niet meegenomen in economische beslissingen. Weliswaar doen steeds meer bedrijven aan 'geïntegreerde waarde-rapporten' of plakken ze een 'eerlijke prijs' op producten, maar dit is op dit moment nog geen standaard praktijk. Zo worden bedrijven gestimuleerd om hun activa zo snel mogelijk af te schrijven naar nul, terwijl de circulaire economie juist gebaat is bij behoud van waarde van producten. Een van de kenmerken van ons boekhuidkundig systeem, afschrijvingen, staat daarmee gelijk aan de principes van de circulaire economie.

De oplossing?

Bedrijven die circulair opereren hebben relatief veel personeel nodig. Zie het voorbeeld van het slopen versus het oogsten van panden: het verwijderen van de verschillende materialen om ze te kunnen hergebruiken is vele malen arbeidsintensiever dan het hanteren van de sloopkogel. Ook die repareren, renoveren en onderhoud uitvoeren om producten een langere levensduur te geven, zijn relatief arbeidsintensief. Als het gaat om een aanpassing in fiscale prikkels is het de vraag aan welke knoppen gedraaid moet worden om een belastingsysteem te ontwikkelen dat circulaire processen stimuleert. Een van de handige punten is om het fiscaal aantrekkelijk te maken om relatief meer mensen als productiefactor in te zetten in plaats van machines.

In het huidige belastingstelsel ligt de nadruk op het belasten van arbeid via heffingen op loon en andere inkomsten en het innen van premies. Van alle belastinginkomsten van de Europese is de helft afkomstig uit arbeid en slechts zes procent uit heffingen op het verbruik van natuurlijke hulpbronnen als fossiele brandstoffen en water van op vervuilende uitstoot. Dat maakt het uitputten van grondstoffen, een van de negatieve gevolgen de lineaire economie, in effectieve aantrekkelijker dan het benutten van arbeid.

Nieuw belastingstelsel

Met een disruptieve wijziging in het belastingstelsel kan écht de transitie gemaakt worden naar een circulaire economie. Het huidige belastingstelsel beloont niet-duurzaam ondernemen. Ex'tax moet daar verandering in brengen. Ex'tax pleit for a lastenverschuiving: het hoger belasten van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en het verlagen van de lasten op arbeid. Het effect voor de overheid is budgetneutraal. Verhoging van belasting op gebruik van natuurlijke bronnen plaatst het bedrijfsleven voor winkel. Als waterverbruik en CO2-uitstoot omlaag moeten, zorgt dat voor een prikkel om te innoveren met technologieën die het verbruik en de uitstoot beperken. Dit stimuleert circulaire activiteiten en het gebruik van biogebaseerde en hernieuwbare materialen. Door plus van deze activiteiten wordt de kringloop 'gesloten' en de applicatie van duurzame materialen bevorderd.

Deze belastingwijziging heeft nog meer positieve effecten. Als de belasting op arbeid daalt, wordt het in dienst nemen van mensen beter betaalbaar. Dit resultaat. Hoewel de werkloosheid op het moment laag is, biedt dit kansen voor mensen die nu mogelijk buiten de boot vallen zoals laagopgeleide werknemers of mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Naast een verandering in de productie leidt zo'n fiscale ommezwaai dus tevens tot meer sociaal evenwicht.

Van benzine scooter naar elektrische deelscooter

Een nieuwe, maar arbeidsintensieve manier van produceren is die waarbij bedrijven zelf de verantwoordelijkheid hebben voor het onderhoud van hun product. Dit is het geval wanneer ze hun producten gaan verhuren in plaats van verkopen, een model dat bekendstaat als 'product-as-service'. Een voorbeeld is het bedrijf Go dat in feite 'scooterritjes' verkoopt in plaats van scooters. De scooter blijft eigendom van de producent, waardoor deze er belang bij heeft de levensduur van het product te maximaliseren. Dat kan door het product van een hoge kwaliteit te voorzien, ervoor te zorgen dat het gemakkelijk gerepareerd kan worden en door het samen te stellen uit onderdelen die makkelijk kunnen worden hergebruikt, waarmee de restwaarde wordt verhoogd.

Een ander voorbeeld waarbij de inzet van meer arbeid tot een meer circulaire productie leidt, zien we in de bouw bij de inzet van 'urban mining'. In dat geval worden materialen als beton, hout en onderdelen als kozijnen uit slooppanden geoogst en hergebruikt. Dit is een veel arbeidsintensiever proces dan de lineaire route waarbij een sloopkogel door het gaat gebouw en de restanten hooguit nog bruikbaar zijn om bijvoorbeeld wegen mee op te hogen. Een verlaging van de laatste op arbeid betekent dat het ene verdienmodel (zoals het oogsten van materialen) lucratiever is het andere (slopen). En als een verlaging van lasten op arbeid gaat met het hoger belasten van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, geeft dat een prikkel om te investeren in technologieën die het verbruik van grondstoffen en de uitstoot van emissies verder beperken.

Coronacrisis en toekomstbestendigheid

Het verschuiven van arbeid naar het verbruik van natuurlijke hulpbronnen is de afgelopen tien jaar door de Nederlandse stichting Ex'tax diepgaand onderzocht. Uit onderzoeken in binnen- en buitenland blijkt dat het verschuiven van laatste zo kan worden gewijzigd dat positieve effecten optreden voor de economische groei, het milieu en de oogst. Aangezien de verwachting dat de werkloosheid door de coronacrisis voors toeneemt (naar 5,5 procent in 2021) is, is herziening van het belastingstelsel zeer actueel. Om de crisis te boven te komen is het cruciaal om het onbenut arbeidspotentieel zo effectief mogelijk in te zetten.

Iedereen ziet nu het belang van het scheppen van banen en een groen herstel. Dit is dus het moment om te werken aan een toekomstbestendig belastingstelsel. Als we de doelen van 2030 willen halen, moeten we de juiste randvoorwaarden scheppen en een eerlijker speelveld creëren voor circulaire bedrijven. Dat betekent dat Nederland in ieder geval op nationaal niveau moet inzetten op een circulair belastingstelsel en binnen de Europese Unie moet trachten tot harmonisatie.

De circulaire economie doet een groot beroep op de creativiteit en het aanpassingsvermogen van ondernemers. Nederland bruist van de initiatieven en wordt internationaal als koploper gezien. Wanneer we willen dat nieuwe, circulaire businessmodellen opgeschaald worden, dan moet nu aan de knoppen gedraaid worden. Een betrouwbare overheid ontwikkelt verstandig beleid en geeft ondernemers de tijd om zich aan te passen. Dat lukt niet meer op het moment dat het klimaatprobleem oncontroleerbaar is. Daarom geldt: hoe eerder we beginnen, hoe beter.

Is een disruptieve belastingwijziging noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen te halen?