Haalt duurzaam de reële economie in?.

Hoe komt het dat duurzaam investeren zo hot is?

Zelfs tijdens de corona crisis stijgt het aantal investeringen in duurzame fondsen en groene bedrijven. Wereldwijd staken investeerders tot september ruim 97 miljard euro meer in duurzame fondsen en bijna 28 miljard euro minder in niet-duurzame investeringen, berekende databureau Morningstar onlangs. En onderzoekers van de bank Morgan Stanley meldden afgelopen zomer dat tussen januari en juni 2020 al meer nieuwe duurzame beleggingsfondsen werden opgestart dan in heel 2019.

Hebben de grootste beleggers en vermogensbeheerders van de wereld dankzij de coronapandemie plots geen rendementsdoelstellingen meer?

Bij Venntiv vermoeden wij dat de corona crisis voor een versnelling heeft gezorgd van de visie van investeerders. Het besef dat de wereld niet maakbaar is doet velen onder ons beseffen dat het roer om moet. Het is rechtvaardig om te zeggen dat het niet alleen de evangelisten zijn die zijn ‘bekeerd’. Ook de grote banken en multinationals hebben het licht gezien, zo lijkt het althans.

Daar waar tot voor kort veel bedrijven standaard lege frases hadden op hun website over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) zie je nu een beweging dat ze duurzaamheid serieuzer gaan nemen. De Boston Consulting Group heeft daarover recent een leuke analyse gemaakt (zie onderstaand figuur). Veel bedrijven bevinden zich in de transitiefase van het doorvoeren van single-point innovaties voor duurzaamheid naar het nastreven van duurzame bedrijfsmodelinnovatie. Er zijn echter nog maar weinig bedrijven gepositioneerd aan de rechterkant van het spectrum, een vereiste voor hen om te winnen in de jaren '20. In de analogie van de BCG matrix zijn de duurzame business modellen de ‘Stars’ van de nabije toekomst.

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Figuur 1: BCG analyse (source: BCG)

De impact van corona op de versnelling van de duurzaamheidstransitie

Het is geen toeval dat corona de aandacht voor duurzaam investeren heeft versneld. Bedrijven die op dit thema goed scoren, blijken het juist in de crisis beter te doen. Ze bungelen niet aan een touwtje met staatssteun, zoals Pieter Elbers bij KLM, of kampen niet met een ingestorte olieprijs, zoals Ben van Beurden bij Shell. De Britse bank HSBC concludeerde in een rapport dat ‘bedrijven met duurzame langetermijnstrategieën’ de corona-ellende beter doorstaan dan bedrijven zonder zo’n strategie. Onderzoek van Morgan Stanley onder 11.000 Amerikaanse investeringsfondsen bevestigde dat: in de eerste helft van dit jaar verloren niet-duurzame beleggingen door corona 8,7 procent van hun waarde. Duurzame investeringen gingen daarentegen slechts met 4,8 procent onderuit (bron Quote).

De coronapandemie heeft de financiële wereld een flinke duw gegeven in de richting van meer duurzaam investeren. Niet omdat het moreel besef onder investeerders ineens veel groter is geworden. Wel omdat ze er meer dan ooit van doordrongen zijn geraakt dat ‘groene’ investeringen de komende jaren simpelweg meer rendement zullen opleveren dan niet-duurzame investeringen. Groen is, zogezegd, het nieuwe goud. Het idee dat duurzaam beleggen minder rendement oplevert moeten we vanaf nu als een mythe beschouwen

Ook banken doen vrolijk mee. De Zwitserse bank UBS, sinds kort geleid door voormalig ING-topman Ralph Hamers, in september bekend dat ze vermogende klanten voortaan adviseert hun geld zo veel mogelijk duurzaam te beleggen. Het Amerikaanse JPMorgan, met 1,9 biljoen dollar aan beleggingen een van de grootste investeerders ter wereld, ziet in de coronacrisis een aansporing om ‘de principes van duurzaam beleggen te versnellen’, schreef een van de topmanagers onlangs in de The Financial Times. Ook de grootste vermogensbeheerder ter wereld, Blackrock, met 7 biljoen dollar aan activa, nam begin dit jaar definitief de groene afslag. ‘Bedrijven, investeerders en overheden moeten zich voorbereiden op een significante herverdeling van kapitaal’, schreef topman Larry Fink in een brief aan zijn cliënten. ‘Klimaatverandering is voor bedrijven een bepalende factor geworden. Ik geloof dat we aan de rand staan van een fundamentele hervorming van de financiële wereld.’ Bedrijven die op dit thema goed scoren, blijken het juist in de coronacrisis beter te doen. Blackrock beloofde het aantal investeringen in duurzame fondsen de komende jaren te verdubbelen. Investeren in bedrijven die meer dan een kwart van hun omzet uit fossiele energie halen doen ze voortaan niet meer. De vermogensbeheerder sloot zich bovendien aan bij de Climate Action 100+, een verzameling investeerders die fossiele bedrijven aansporen zich aan de klimaatdoelen van Parijs te houden (kort gezegd: de CO2 uitstoot naar nul in 2050, zodat de opwarming van de aarde onder de 1,5 graad Celsius blijft). Het aantal deelnemers van die club groeide in 2020 van 370 naar meer dan 500. In Nederland zijn onder meer de grootste pensioenfondsen ABP en PGGM, verzekeraars als Aegon en NN en beleggers als Robeco en Rabobank erbij aangesloten.

Bovendien bleek vorig jaar al dat duurzame fondsen ook in een florerende economie beter presteren: in 2019 noteerden ze gemiddeld een 2,8 procent hoger rendement dan niet-duurzame fondsen, aldus Morgan Stanley. Dankzij deze cijfers is volgens de onderzoekers op dit moment zeker 80 procent van alle vermogensbeheerders bezig om duurzame doelen in het beleggingsbeleid op te nemen.

‘Duurzaam beleggen is nu echt mainstream geworden’, schreven de bankiers. Het idee dat duurzaam beleggen minder rendement oplevert moeten we vanaf nu als een ‘mythe’ beschouwen. Maar hoe kan dat precies? Hoe is het mogelijk dat duurzame beleggingen ineens beter renderen, terwijl ze tot voor kort vooral de hobby leken van leraren maatschappijleer met een spaarpotje? Natuurlijk speelt de lage olieprijs daarbij een rol. Investeringen in oliemaatschappijen blijken ineens geen gegarandeerde cashmachine meer. Zo verlaagde Shell dit jaar de dividenduitkering – voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog.

Structurele verandering?

Jazeker, want er zit ook een meer structurele verandering achter. We zijn op het punt gekomen dat klimaatverandering veel bedrijven simpelweg geld begint te kosten. Steeds vaker legt extreem weer plaatselijke economieën plat, bosbranden ontwrichten langdurig hele regio’s en toenemende droogte bedreigt op veel plaatsen de landbouwproductie. Berekeningen van experts laten bovendien zien dat zulke schade de komende jaren alleen maar zal toenemen. Klimaatverandering zal steeds vaker leiden tot economische schokken die vergelijkbaar zijn met de huidige coronacrisis. Olaf Sleijpen, directielid van De Nederlandsche Bank, waarschuwde hier onlangs voor in een interview met NRC: ‘Vergelijk de coronacrisis met een meteoriet die op aarde is ingeslagen’, zei hij. ‘Een externe schok die we onvoldoende snel zagen aankomen. Klimaatverandering heeft een nog veel grotere impact. Dat is meer een botsing met een andere planeet, maar wel met als voordeel dat we die zien aankomen.’ Financieel toezichthouder DNB, toch niet het meest linkse clubje van het land, waarschuwde al in 2017 in een rapport dat niets doen tegen klimaatverandering op den duur grote financiële risico’s zou opleveren voor Nederlandse banken en verzekeraars. ‘Je wilt niet in de situatie terechtkomen dat je vanwege klimaatproblemen de economie moet stilleggen, om erger te voorkomen’, zei Sleijpen in NRC. ‘De huidige situatie laat precies zien wat er gebeurt als je op de rem moet trappen wanneer bijvoorbeeld de CO2-uitstoot de spuigaten uitloopt. Als je tijdig met klimaatbeleid begint, zijn de kosten voor de economie veel lager.’

De grootste beleggers van ons land lijken hiernaar te luisteren. Zo voorspelde adviesbureau Indefi afgelopen jaar na onderzoek onder vijftien Nederlandse pensioenfondsen – samen goed voor 923 miljard euro aan pensioengeld – dat er ook in Nederland een ‘golf’ aan duurzame investeringen aan zit te komen. De pensioenbeleggers werken massaal mee aan het plan om uiterlijk in 2030 de CO2 uitstoot in Nederland te hebben gehalveerd en de uitstoot naar nul te brengen in 2050. ‘Dat is geen langetermijndoel – het is nu’, zei onderzoeker Ric van Weelden van Indefitegen The Financial Times. Volgens hem zijn duurzame investeringen niets minder dan ‘de toekomst van investeren in Europa’.

Maar wat zien wij er van als consumenten?

Een voorbeeld is te kijken naar de DOW Jones Sustainability Index. Sinds de lancering in 1999 is de Dow Jones Sustainability Index (DJSI) een wereldwijde index die algemeen beschouwd wordt als één van s'werelds meest vooraanstaande duurzaamheidindexen. De DJSI World Indexes monitoren de duurzaamheidprestaties van de toonaangevende bedrijven op basis van ecologische, sociale en economische prestaties, met inbegrip van toekomstgerichte indicatoren. De DJSI beoordeelt wereldwijd de algemene prestaties van de leidende en toonaangevende bedrijven (beste 10%) die toonaangevend zijn op het gebied van duurzaamheid.

Het proces is uiterst grondig: bedrijven moeten veel vragen beantwoorden en diepgaande informatie verstrekken. Dit jaar werden er circa 3500 bedrijven aan een beoordeling onderworpen. Slechts 323 behaalden de DJSI World Index.

Uit de analyse van 2020 blijkt dat er weer relatief grote sprongen zijn gemaakt door de beursgenoteerde bedrijven. Zo is het percentage van bedrijven dat zich heeft gecommitteerd aan het CO2 neutraal produceren gestegen van 20% in 2019 naar meer dan het dubbele (45%) in 2020. Nog steeds te laag, maar een duidelijke trend is zichtbaar. Ook is er meer geld beschikbaar voor de financiering voor duurzame projecten.

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Figuur 2: Summary Dow Jones Sustainability report 2020 (source: Ecoact report)

We gaan de goede kant op, maar we zijn we zijn er nog niet.

Haalt duurzaam de reële economie in?