Generatieverschillen op de werkvloer.

Generatieverschillen op de werkvloer. Vaak wordt er gepraat over verschillen tussen jonge en oude werknemers. Al snel wordt de conclusie getrokken: jonge werknemers willen zo snel mogelijk invloed hebben, zo veel mogelijk innovaties doorvoeren en vooral veel waardering krijgen. Bij de oudere werknemers wordt echter vaak gedacht aan conservatief, continuïteit, ervaring en kennisoverdracht. Maar kloppen deze vooroordelen eigenlijk wel? Zijn er überhaupt verschillen tussen generaties? En hoe overbrug je deze verschillen in aanpak, opvatting en instelling, zonder ieders eigenheid en kwaliteit te beperken? Ik heb op basis van mijn ervaring in het subsidielandschap deze groepen op drie thema’s (vernieuwing, digitalisering, communicatie) tegen elkaar uitgezet.

Vernieuwing

Vaak heerst het algemene beeld dat de oudere werknemers de systemen het liefst willen houden zoals het was. “Het werkt immers goed”. De jongere werknemers daarentegen willen koste wat kost nieuwe methodes toepassen onder het mom van “nieuw is beter”. Vanwaar deze tegenstrijdigheid? En wat moet je als subsidieadviseur nou eigenlijk willen? In het landschap van subsidies staat één ding vast: subsidies veranderen constant. Soms kleine aanpassingen in details en soms grote aanpassingen van totaal nieuwe regelingen. Je zou hier dus uit kunnen concluderen dat jongeren werknemers in het voordeel zijn. Jonge werknemers hebben minder vaste werkpatronen en zullen nieuwe regelingen dan ook als een nieuwe uitdaging zien.

Wanneer we echter meer uitzoomen zou je ook kunnen zeggen dat de oudere generaties juist in het voordeel zijn. Regelingen veranderen namelijk wel, maar de manier waarop je een subsidietraject aangaat blijft hetzelfde. Oudere werknemers hebben een enorme berg aan ervaring en kennis en zullen hier flink op kunnen teren in dit proces. De combinatie van oud en jong lijkt hierin dan ook een perfect combinatie. De ervaring kan dienen als fundering om op te bouwen, jonge onbevangenheid kan leiden tot het aangaan van nieuwe uitdagingen. Een combinatie die in het oerwoud van subsidies zal resulteren in mooie subsidieaanvragen.

Digitalisering

Een ander belangrijk punt binnen bedrijven (en onze samenleving) is de alsmaar toenemende digitalisering. Deze ontwikkelingen lijken ieder jaar in een hoger tempo tot uitrol te komen. Vanwege het feit dat de jonge werknemers zijn opgegroeid met digitale apparaten en methodes zullen deze van nature beter aanvoelen hoe een digitaal systeem zal werken. De meer ervaren werknemers zullen hier echter over het algemeen meer moeite mee hebben.

Ook binnen het subsidielandschap wordt de rol van digitalisering steeds groter en groter. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in de nieuwe wet digitale overheid. De overheid wil het liefst alle subsidies en de bijbehorende communicatie via online platformen plaats laten vinden. Te beginnen met de WBSO, vanaf 1 september zal dit subsidietraject volledig via online communicatie plaats gaan vinden. Je zou dus zeggen dat jonge werknemers echt volledig in het voordeel zijn bij deze trend. En eerlijk gezegd, voor een groot gedeelte zijn ze dit ook. De hele omgang met de digitale systemen zal hen vele malen makkelijker afgaan. Van het uploaden van bestanden tot het aanpassen van projecten. Maar in dit digitale systeem schuilt ook een groot gevaar. Doordat jonge werknemers in constante alertheid staan van prikkels, denk aan Whatsapp, Instagram, YouTube zal deze generatie ook sneller geneigd zijn om de details over het hoofd te zien.

Documentatie kan mogelijk in de portal blijven staan en zal niet goed opgeslagen worden in eigen systemen. Daarnaast kan het ook leiden tot verminderde communicatie naar collega’s en klanten. Ouderen werknemers zullen hier echter minder last van ondervinden. Ze hebben immers al jaren gewerkt volgens een vast systeem. Uiteraard kan je niet iedereen over één kam scheren en zullen persoonlijke kwaliteiten ook zeker een verschil maken, maar dit is wel een belangrijk punt voor bedrijven. Digitalisering kan resulteren in enorme procesverbetering, maar kan er ook zeker toe leiden dat het resulteert in achteruitgang op andere vlakken.

Communicatie

Ten slotte communicatie. Dit is misschien wel het thema waar de meeste frustratie over bestaat. Zowel interne als externe communicatie wordt door verschillende generaties op een compleet andere manier aangepakt. De ouderen werknemers zullen eerder geneigd zijn om middels telefonisch of persoonlijk contact te willen communiceren. Jonge werknemers zijn echter zo gewend aan snelle vlugge communicatie, dat ze liever communiceren via digitale media zoals mail en Whatsapp. Op dit thema zijn de oude werknemers dan ook in het voordeel. Het persoonlijk contact resulteert in een effectievere benadering en zal in gesprekken met klanten vaker tot succesvolle projecten en samenwerkingen leiden.

Bovendien hebben de oudere werknemers minder sociale angst dan haar jongere collega’s. Vele jonge werknemers zijn opgegroeid in een wereld waarin ‘geliked’ en gewaardeerd worden een belangrijk aspect is. In een fysieke confrontatie stel je jezelf kwetsbaar op en bestaat de kans om af te gaan. Daarnaast speelt ook gemakt een belangrijke rol, de jongere generaties zijn gewend op stante pede te krijgen wat ze willen. “Als ik nu een film wil kijken, zet ik Netflix aan”, “als ik nu wil eten, bestel ik via Thuisbezorgd”. Een eigenschap die ervoor zorgt dat deze jongere generatie eerder terug zal grijpen naar een sneller medium: de mail of Whatsapp.

Voor beiden methoden (fysieke vs digitale communicatie) zijn voor- en nadelen te verzinnen. Het feit blijft, dat communicatie op wat voor manier dan ook, zowel intern als extern misschien wel het belangrijkste aspect is om als bedrijf goed te functioneren! Als bedrijf in een dynamisch subsidielandschap zul je hier dan ook constant alert op moeten zijn en zorgen dat alle werknemers op haar eigen manier zo goed mogelijk blijven communiceren, danwel fysiek, danwel digitaal.

Conclusie

Kortom, op alle drie de thema’s zijn wel degelijk verschillen te vinden tussen generaties. Al is het natuurlijk niet zo dat iedereen over dezelfde kam geschoren kan worden. Persoonlijke opvattingen en manieren van werken zullen ook wel degelijk invloed hebben. In algemene zin kan je echter wel concluderen dat een mix van jonge en oudere werknemers zorgt voor de ideale balans. Jonge vernieuwingsdrang, gecombineerd met een enorme brok ervaring.

Hoe wordt dit binnen jouw organisatie ervaren?

Generatieverschillen op de werkvloer